| Laatste Nieuws |
|---|
| Testimonials |
|---|
| 29-10-2009 Ernst en Young onderzoekt payroll markt | | Afdrukken | |
|
Ernst en Young onderzoekt payroll markt
Het onderzoek is uitgevoerd binnen Nederlandse MKB-bedrijven in de primaire, secundaire en tertiaire sector. Ruim 7000 bedrijven uit deze sectoren die verdeeld waren over heel Nederland zijn benaderd voor het onderzoek. Het aantal respondenten dat binnen het tijdsbestek beschikbaar en bruikbaar was, bedraagt 135. Hiervan waren 84 respondenten afkomstig uit het kleinbedrijf en 51 uit het middenbedrijf, waarbij de grens tussen midden- en kleinbedrijf volgens de CBS classificatie 10 medewerkers betreft. De bovengrens van het middenbedrijf is door het CBS vastgesteld op 100 medewerkers. Een groot deel van het onderzoek bestond uit het inventariseren welke personen in welke functies hoeveel tijd bezig waren met de uitvoering van de diverse taken vallend onder de uitvoerings- en beheerskosten. Op basis van deze zaken (kostprijs x tijdsbesteding) kon men de taken kwantificeren in euro’s. Bij de inventarisatie zijn de kosten van de volgende personen c.q. functies meegenomen: medewerkers P&O, controllers, secretaresses, officemanagers, administratief medewerkers, bedrijfsjuristen, boekhouders en accountants. Om de salariskosten te bepalen, zijn diverse salarisvergelijkingssites benaderd en zijn de brutosalarissen vermenigvuldigd met de werkgeverslasten (30%) alsmede ook met een opslag voor het ziekteverzuim (5,17%). Naast het kwantificeren van de kosten van de medewerkers en externe partijen, is ook aan de betreffende ondernemer gevraagd hoe deze zijn/haar eigen tijd waardeerde. Op basis van de ondernemers die hebben deelgenomen aan het onderzoek, kwam men overigens uit op een gemiddeld uurtarief van € 68,00 per uur. Voor de bepaling van de kosten van de externe dienstverleners, is per respondent gevraagd wat de periodieke kosten waren voor het uitvoeren van de specifieke taak of dienst. Door deze kwantificeringsslag krijgt men inzicht in de kosten van:
1 De tijdsbesteding van de ondernemer en zijn eigen (interne) personeel om te communiceren met externe partijen; 2 De tijdsbesteding van de ondernemer en zijn eigen (interne) personeel voor het onderhouden van interne activiteiten, processen en kennis; 3 De overige leveranciers c.q. dienstverleners. Om een beeld te krijgen van het geheel, is in het onderstaande schematische overzicht getracht om de salariskosten en de bijkomende uitvoerings- en beheerskosten weer te geven. Samen vormen deze de totale personeelskosten.
Dit bij elkaar opgeteld maakt dat men inzicht krijgt in de integrale omvang van de uitvoeringsen beheerskosten. Op basis daarvan komt onderstaande grafiek tot stand waarbij de uitvoerings- en beheerskosten per medewerker uitgedrukt in euro’s per maand zijn afgezet tegen het aantal medewerkers dat een onderneming in dienst heeft.
Zoals men ziet, heeft de grafiek een sterk degressief verloop en kan er gesteld worden dat er terdege een causaal verband bestaat tussen de hoogte van de uitvoerings- en beheerskosten per medewerker en de omvang van de onderneming uitgedrukt in het aantal werkzame medewerkers. Dit bevestigt de door de onderzoekers gestelde hypothese. Dit voorgaande maakt dat payrolling sec in financieel opzicht eerder een gunstiger alternatief is voor kleinere ondernemingen dan voor grotere ondernemingen. Waar in financieel opzicht specifiek de grens ligt wanneer het gunstig c.q. ongunstig is om te payrollen is lastig aan te duiden, daar dit door de afwijkende wachtgeldpremies en bedrijfstakeigen regelingen erg sectorafhankelijk is. Een vervolgonderzoek zou hierin meer duidelijkheid kunnen scheppen.
Payrolling blijkt erg interessant voor het mkb te zijn. |
| Hoofdmenu |
|---|
|
|
|
|||
|





